Gerrit van Hunnik (1828-1870) Eigenlijk een erg triest verhaal over een evenzo
trieste levensloop van het gezin waarin Gerrit
als oudste zoon geboren wordt. Een eenvoudig
boerengezin uit de omgeving van Veenendaal waar zowel grootvader Gerrit en vader
Isaac als wolkammer net als zoveel Veenendalers in die tijd een karig bestaan
hadden . Het was een tijd waarin armoede het leven van veel mensen kenmerkte.
Bedelarij werd een plaag. Er werden dwangkolonies opgericht en
bedelaarsgestichten. Hier werden aanvankelijk ook weeskinderen in opgenomen. Het
fort Ommerschans werd in 1820 als dwangkolonie in gebruik genomen. Ook in
Veenhuizen werd een werkinrichting gesticht. Aanvankelijk voor de drie
noordelijke provincies en vanaf 1843 als bedelaarsgesticht voor het hele Rijk.
Vanaf 1859 werden er ook vrouwen geplaatst. Onze Gerrit zou in beide inrichtingen een groot deel van zijn leven
verblijven.
Er woonden in 1830 vier Van Hunnik-families in
Veenendaal. De broers Isaäc en Dirk en en hun neven Hermanus en Dirk. Dirk was
arbeider en vrijgezel, Hermanus eerst als hoedenmakersknecht werkzaam, later als
slager. Isaäc boer en wolkammer, zijn broer Dirk was beroepsmilitair..
In het gezin van Isaäc van Hunnik en
Berendina van Eden werd twee jaar na hun huwelijk hun eerste zoon Gerrit geboren. De dood kwam veel op bezoek in dit gezin.
Gerrit was twee jaar oud toen er een broertje werd
geboren, het werd maar 3 maanden oud. Een jaar later de geboorte van zijn zusje,
het leefde maar 2 weken. Gerrit was 4 jaar toen zijn
zus Helena werd geboren. Ook deze was niet voor het geluk geboren. (Ze overleed
op de leeftijd van 26 jaar nadat ze een jaar daarvoor als weduwe van haar eerste
man was hertrouwd.) Gerrit is zes jaar oud als
zijn broer Gerrit Johannes Adrianus geboren wordt. Twee jaar later wordt Evert
geboren. Deze zal later gaan boeren in het Edese en voor een gezin van 15
kinderen zorgen (waarvan er 8 jong tot zeer jong overleden) In 1844, Gerrit is dan15 jaar als zijn 5 jarige zusje Cornelia
sterft. Er is dan inmiddels ook nog broer Jan, dan twee jaar oud en zusje
Johanna een half jaar oud. In februari 1846 wordt zijn jongste broertje
geboren. Kort erna trekt Gerrit de wijde wereld in. Hij neemt op 30april 1847
als milicien voor 5 jaar dienst bij het 3e Regiment Artillerie. (bij de
reorganisatie op 1 mei 1848 gaat dit over in het 1e Regiment Artillerie) Op 1
december 1848 gaat hij met onbetaald verlof. Waarschijnlijk een keuze als
gevolg van het overlijden van zijn moeder en de gezondheid van zijn vader.
Gerrit is dan 21 jaar, Helena 17 jaar, Gerrit Jan Cornelis 15 jaar, Evert 13 jaar, Jan
8 jaar, Johanna 6 jaar en Cornelis 3 jaar en dus wees. Op 6 februari 1850 neemt
hij weer dienst bij het 4e Regiment Dragonders voor 6 jaar maar wordt op 10
maart 1852 geroyeerd en aangesteld als vrijwilliger, op 21 juli 1853 vertrokken
naar het Algemeen Depot van de Surplus en uiteindelijk op 3 november 1855 uit
dienst.
Dan begint voor Gerrit het bestaan als
zwerver en bedelaar. Hij heeft inmiddels al in verschillende verbetergestichten
gewoond. Op 28 juni 1856 wordt hij naar Veenhuizen 'opgezonden', overgeplaatst
naar Ommerschans waar hij op 11 augustus ontvlucht. Zes dagen later wordt hij
weer opgepakt. In dat jaar maakt de polite nog 2 keer melding van een
ontvluchting. Het signalement van Gerrit luidde: lang 1.85 el, ovaal aangezicht,
bruin haar, bruine ogen, grote neus en mond en ronde kin. Een boom van een vent
in die tijd ! In november 1861 wordt hij in Nijmegen opgepakt en weer naar
Veenhuizen gezonden. Na mei 1864 wordt hij waarschijnlijk vrijgelaten en trouwt
op 4 november 1866 in Groningen met Aaltje Mulder. Een lang geluk is niet
weggelegd. Op 21 september 1867 wordt hij vanuit Leeuwarden naar Veenhuizen
gestuurd. Drie jaar later sterft hij in het Eerste Gesticht te Veenhuizen.
Twintig jaar later zou hier ook het leven van zijn broer eindigen.
Gerrit Johannes
Adrianus van Hunnik (1834-1890) "Signalement: lang 1.82 el, ovaal gelaat, rond voorhoofd, grijze ogen,
spitse neus, kleine mond, ronde kin, donkerbruine baar en wenkbrauwen,
geelachtige huidskleur, zachte gewone spraak, riekt zeer naar muscus; laatst
gekleed in een lange zwarte jas, vest , broek, das, lage schoenen en platte pet.
Hij is op 19 december 1867 uit Utrecht vertrokken, wellicht naar zijn broeder,
Evert van Hunnik, landbouwer te Gelders Veenendaal of naar Johannes van Elst,
koopman te Culemborg, om de drie maanden ontvangt hij zijn pensioen ten kantore
van den arrondissementsbetaalmeester te Utrecht. Misdrijf: openbare schennis der
eerbaarheid (crimen nefandum), ter zake waarvan hij bij vonnis der
arrondissementsrechtbank te Utrecht dd 9 januari 1868 is veroordeeld tot
cellulaire gevangenisstraf van zes maanden. "
Deze tekst stond in het Politieblad
van 24 januari 1868. (met dank aan het Politiemuseum te Apeldoorn) Gerrit J.A. verliest zijn ouders binnen één jaar en is op
zijn 15e wees. Op 24 april 1852 neemt hij vrijwillig dienst bij het 4e Regiment
Dragonders voor 6 jaren. Het gaat goed met hem. In juni 1854 bevorderd tot
korporaal en in 1857 bij het huwelijk van zijn zus Helena verschijnt hij te
Renkum als getuige in het uniform van brigadier. Als de zes jaren om zijn neemt
hij dienst bij het leger in Nederlands-Indië en keert in 1865 terug naar
Nederland als gepensioneerd wachtmeester der cavalerie. Dan gaat het mis. Of
het nu 'wildplassen' was of 'potloodventen' zoals het nu heet, weten we niet
maar hij wordt veroordeld tot 6 maanden gevangenisstraf veroordeeld. Op 7
februari 1868 wordt hij ingesloten.
.  tekening: 3e gesticht Veenhuizen
Na zijn ontslag uit de gevangenis geeft
deze Gerrit J.A. een nieuwe wending aan zijn leven. Hij vertrekt in 1869 vanuit
Rotterdam naar New York. Hij geeft als beroep 'bediende' op en als reden voor
zijn vertrek:"op avonture". Dit avontuur duurt maar een paar jaar en hij keert
terug naar Europa en woont vanaf 1880 bij zijn broer Cornelis in Bonn
(Duitsland) die daar als koetsier werkt. Met dit gezin keert hij in 1883
tijdelijk terug naar Veenendaal, want een jaar later wonen ze weer in
Bonn.
De onrust laat hem niet los, hij gaat voor
de 2e maal naar Amerika. Weer lukt het niet en in 1888 wordt hij als bedelaar in
Amsterdam gesignaleerd. Een maand later wordt hij in Veenhuizen opgesloten. Na
een half jaar weer vrijgelaten en het zwerven begint opnieuw. Het eindigt bij
een veroordeling tot 10 maanden op 9 juli 1890 te Zutphen wegens landloperij. Hj
overlijdt eenzaam op 10 september 1890 in het Tweede Gesticht der
Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen.
De broers Evert en Cornelis zijn de stamvaders
geworden van de takken G,H,J,K en L. Hieruit zijn o.a. de afstammelingen te
vinden in de Verenigde Staten, Duitsland en
Nederland. |