Uitgelicht
 
 
 

De jaren rond 1850 met Gerrit en zijn broer Gerrit Johannes Adrianus van Hunnik,
verwant aan  tak G, H, J

 

Een rubriek waarin plaats gemaakt is voor een bijzonder verhaal over een bijzondere Van Hunnik. Het speelt zich af in de tijd van de postkoets, paard en wagen en in een periode waarin 'bedelaars' zo'n grote plaag voor de bevolking waren dat er zelfs een PREMIE stond op het hoofd van zwervers. Een periode waarin complete gezinnen op vrijwillige basis zich op lieten nemen in een 'werkinrichting' om zo verzekerd te zijn van in ieder geval regelmatige maaltijden en een beetje inkomen. Om je een beetje in deze tijdgeest te kunnen verplaatsen een paar feiten uit die periode.


Gerrit van Hunnik  1828 - 1870
Gerrit Johannes Adrianus van Hunnik 1834 - 1890

Beiden geboren rond de periode waarin de zuidelijke Nederlanden zich afscheidden. Nederland en Luxemburg werden tot 1890 een 'personele unie' .De Nederlanden bevonden zich in de periode na de Franse bezetting. Veel soldaten waren teruggekeerd en bleven zonder werk. De zuidelijke Nederlanden wilden zich afzonderen wat in 1830 ook plaatsvond. In 1839 reed de eerste stoomtrein tussen Amsterdam en Haarlem. In 1855 reed de spoortrein tussen Amsterdam en Arnhem.  In deze tijd bestonden nog epidemieën zoals cholera, difterie, tbc, mazelen en tyfusdie jaarlijks vele slachtoffers maakten. Sober en ingetogen leven en frisse lucht waren de beste medicijnen. In 1854 werd in Amsterdam het eerste waterleidingnet aangelegd, volgde riolering en werd een huisvuilophaaldienst opgericht. Zonder het zelf te weten had de gegoede burgerij daar de oplossing gevonden voor de belangrijkste oorzaken van de epidemieën. In de verloskunde kwam men er achter dat 'het wasschen der handen met gechloreerd water' de kraamsterfte tot een minimum kon beperken.
Met de ziekenhuizen was het rond het midden van deze eeuw nog maar zeer matig gesteld. Hygiëne kende men amper, men kende ook de oorzaken van veel ziekten niet. Bacteriologische besmetting ? . . . . . wat is dat ?

Rondom Veenendaal waren de venen uitgeput geraakt en kwam de wolnijverheid op. In deze periode was de kindersterfte erg hoog. Eén op de vier kinderen overleed voor het einde van het eerste levensjaar. De gemiddelde levensverwachting bedroeg 42 jaar. Al heel lang was de wolkammerij in en rondom Veenendaal een belangrijke vorm van thuisbedrijfjes. Achter de woningen bevond zich vaak een wasserij, kammerij en ververij. In deze periode waren er zo'n zestig wolkammerijen in Veenendaal, waar zo'n 150 arbeiders in werkten. Verder waren er enkele honderden thuisspinsters werkzaam. Kinderarbeid was heel gewoon.  (bron: dr. G.J. Thoomes "Vier eeuwen Veenendaal")


Isaäc, Gerrit's vader,  was wolkammer en boer in één van de zestig bedrijven die Veenendaal kende. Er werd gewerkt van zes uur 's morgens tot half zeven 's avond. Op zaterdag tot twee uur. Daarmee verdiende een volwassen man 6 gulden per week.  Vanaf hun 8e jaar werkten ook kinderen in deze bedrijven.
Er stonden ruim 500 woningen in Veenendaal. De enige verharde weg was die Elst via Veenendaal en De Klomp met Renswoude verbond

 naar boven .

Gerrit van Hunnik (1828-1870)
Eigenlijk een erg triest verhaal over een evenzo trieste levensloop van het gezin waarin Gerrit als oudste zoon geboren wordt. Een eenvoudig boerengezin uit de omgeving van Veenendaal waar zowel grootvader Gerrit en vader Isaac als wolkammer net als zoveel Veenendalers in die tijd een karig bestaan hadden . Het was een tijd waarin armoede het leven van veel mensen kenmerkte. Bedelarij werd een plaag. Er werden dwangkolonies opgericht en bedelaarsgestichten. Hier werden aanvankelijk ook weeskinderen in opgenomen. Het fort Ommerschans werd in 1820 als dwangkolonie in gebruik genomen. Ook in Veenhuizen werd een werkinrichting gesticht. Aanvankelijk voor de drie noordelijke provincies en vanaf 1843 als bedelaarsgesticht voor het hele Rijk. Vanaf 1859 werden er ook vrouwen geplaatst. Onze Gerrit zou in beide inrichtingen een groot deel van zijn leven verblijven.  

Er woonden in 1830 vier Van Hunnik-families in Veenendaal. De broers Isaäc en Dirk en en hun neven Hermanus en Dirk. Dirk was arbeider en vrijgezel, Hermanus eerst als hoedenmakersknecht werkzaam, later als slager. Isaäc boer en wolkammer, zijn broer Dirk was beroepsmilitair..

In het gezin  van Isaäc van Hunnik en Berendina van Eden werd twee jaar na hun huwelijk hun eerste zoon Gerrit geboren. De dood kwam veel op bezoek in dit gezin. Gerrit was twee jaar oud toen er een broertje werd geboren, het werd maar 3 maanden oud. Een jaar later de geboorte van zijn zusje, het leefde maar 2 weken. Gerrit was 4 jaar toen zijn zus Helena werd geboren. Ook deze was niet voor het geluk geboren. (Ze overleed op de leeftijd van 26 jaar nadat ze een jaar daarvoor als weduwe van haar eerste man was hertrouwd.)
Gerrit is zes jaar oud als zijn broer Gerrit Johannes Adrianus geboren wordt. Twee jaar later wordt Evert geboren. Deze zal later gaan boeren in het Edese en voor een gezin van 15 kinderen zorgen (waarvan er 8 jong tot zeer jong overleden)
In 1844, Gerrit is dan15 jaar als zijn 5 jarige zusje Cornelia sterft.  Er is dan inmiddels ook nog broer Jan, dan twee jaar oud en zusje Johanna een half jaar oud. In februari 1846 wordt zijn jongste broertje geboren.
Kort erna trekt Gerrit de wijde wereld in. Hij neemt op 30april 1847 als milicien voor 5 jaar dienst bij het 3e Regiment Artillerie. (bij de reorganisatie op 1 mei 1848 gaat dit over in het 1e Regiment Artillerie) Op 1 december 1848 gaat hij met onbetaald verlof.  Waarschijnlijk een keuze als gevolg van het overlijden van zijn moeder en de gezondheid van zijn vader.  
Gerrit is dan 21 jaar, Helena 17 jaar, Gerrit Jan Cornelis 15 jaar, Evert 13 jaar, Jan 8 jaar, Johanna 6 jaar en Cornelis 3 jaar en dus wees. Op 6 februari 1850 neemt hij weer dienst bij het 4e Regiment Dragonders voor 6 jaar maar wordt op 10 maart 1852 geroyeerd en aangesteld als vrijwilliger, op 21 juli 1853 vertrokken naar het Algemeen Depot van de Surplus en uiteindelijk op 3 november 1855 uit dienst.

Dan begint voor Gerrit het bestaan als zwerver en bedelaar.  Hij heeft inmiddels al in verschillende verbetergestichten gewoond. Op 28 juni 1856 wordt hij naar Veenhuizen 'opgezonden', overgeplaatst naar Ommerschans waar hij op 11 augustus ontvlucht. Zes dagen later wordt hij weer opgepakt. In dat jaar maakt de polite nog 2 keer melding van een ontvluchting. Het signalement van Gerrit luidde: lang 1.85 el, ovaal aangezicht, bruin haar, bruine ogen, grote neus en mond en ronde kin. Een boom van een vent in die tijd ! In november 1861 wordt hij in Nijmegen opgepakt en weer naar Veenhuizen gezonden. Na mei 1864 wordt hij waarschijnlijk vrijgelaten en trouwt op 4 november 1866 in Groningen met Aaltje Mulder. Een lang geluk is niet weggelegd. Op 21 september 1867 wordt hij vanuit Leeuwarden naar Veenhuizen gestuurd. Drie jaar later sterft hij in het Eerste Gesticht te Veenhuizen. Twintig jaar later zou hier ook het leven van zijn broer eindigen.


Gerrit Johannes Adrianus van Hunnik (1834-1890)
"Signalement: lang 1.82 el, ovaal gelaat, rond voorhoofd, grijze ogen, spitse neus, kleine mond, ronde kin, donkerbruine baar en wenkbrauwen, geelachtige huidskleur, zachte gewone spraak, riekt zeer naar muscus; laatst gekleed in een lange zwarte jas, vest , broek, das, lage schoenen en platte pet. Hij is op 19 december 1867 uit Utrecht vertrokken, wellicht naar zijn broeder, Evert van Hunnik, landbouwer te Gelders Veenendaal of naar Johannes van Elst, koopman te Culemborg, om de drie maanden ontvangt hij zijn pensioen ten kantore van den arrondissementsbetaalmeester te Utrecht. Misdrijf: openbare schennis der eerbaarheid (crimen nefandum), ter zake waarvan hij bij vonnis der arrondissementsrechtbank te Utrecht dd 9 januari 1868 is veroordeeld tot cellulaire gevangenisstraf van zes maanden. " 

Deze tekst stond in het Politieblad van 24 januari 1868. (met dank aan het Politiemuseum te Apeldoorn) Gerrit J.A. verliest zijn ouders binnen één jaar en is op zijn 15e wees. Op 24 april 1852 neemt hij vrijwillig dienst bij het 4e Regiment Dragonders voor 6 jaren.  Het gaat goed met hem. In juni 1854 bevorderd tot korporaal en in 1857 bij het huwelijk van zijn zus Helena verschijnt hij te Renkum als getuige in het uniform van brigadier. Als de zes jaren om zijn neemt hij dienst bij het leger in Nederlands-Indië en keert in 1865 terug naar Nederland als gepensioneerd wachtmeester der cavalerie.
Dan gaat het mis. Of het nu 'wildplassen' was of 'potloodventen' zoals het nu heet, weten we niet maar hij wordt veroordeld tot 6 maanden gevangenisstraf veroordeeld. Op 7 februari 1868 wordt hij ingesloten.


.
tekening: 3e gesticht Veenhuizen

Na zijn ontslag uit de gevangenis geeft deze Gerrit J.A. een nieuwe wending aan zijn leven. Hij vertrekt in 1869 vanuit Rotterdam naar New York. Hij geeft als beroep 'bediende' op en als reden voor zijn vertrek:"op avonture". Dit avontuur duurt maar een paar jaar en hij keert terug naar Europa en woont vanaf 1880 bij zijn broer Cornelis in Bonn (Duitsland) die daar als koetsier werkt. Met dit gezin keert hij in 1883 tijdelijk terug naar Veenendaal, want een jaar later wonen ze weer in Bonn.

De onrust laat hem niet los, hij gaat voor de 2e maal naar Amerika. Weer lukt het niet en in 1888 wordt hij als bedelaar in Amsterdam gesignaleerd. Een maand later wordt hij in Veenhuizen opgesloten. Na een half jaar weer vrijgelaten en het zwerven begint opnieuw. Het eindigt bij een veroordeling tot 10 maanden op 9 juli 1890 te Zutphen wegens landloperij. Hj overlijdt eenzaam op 10 september 1890 in het Tweede Gesticht der Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen.

De broers Evert en Cornelis zijn de stamvaders geworden van de takken G,H,J,K en L.  Hieruit zijn o.a. de afstammelingen te vinden in de Verenigde Staten, Duitsland en Nederland.

 

naar boven

   

NederlandsEnglish

Copyright (c) 2006 www.vanhunnik.net. All rights reserved.