Sweelinck
 
 
 
 
 
 

 

Afstamming J.P. Sweelinck, componist en organist

 

In het tv-programma 'Verre Verwanten' werd op 12 januari 2005 de verwantschap van de uit Ede afkomstige Gert van Burken met Jan Pieterszoon Sweelinck getoond. Veel speurwerk bleek door de redactie te zijn verricht op deze website.
Afstammingsreeks: Jan Pieterszoon Sweelinck - Gert van Burken

I. Sweelinck, Jan Pieterszoon (geb. mei 1562, overl. 16 oktober 1621)
Geboren: mei 1562 Zwolle
Beroep: componist en organist Oude Kerk Amsterdam
Overleden: 16 oktober 1621 Amsterdam
Begraven: 20 oktober 1621 Oude Kerk Amsterdam
X Claesgen Dircxd. Puyner, overl. 2 januari 1637
Zoon van
Elsken Sweling begr. 17 augustus 1585,
X 1558 Peter Swybertszoon, geb. voor 1566, begr. 8 juni 1573, organist Oude kerk te Amsterdam

II. Sweelinck, Pieter Janszoon (geb. ca. 1593, overl. begin 1670)
Geboren:  1593 Amsterdam
Beroep: koopman, regent Aalmoezeniershuis
Overleden:  1670 Amsterdam

III. Sweelinck, Gerard Pieterszoon (geb. ca. 1630, overl. begin 1670)
Opm.: promoveerde in de medicijnen te Utrecht op 29 maart 1659, vestigde zich als chirurgijn te Veenendaal.
Geboren: ca. 1630 Amsterdam, Beroep: chirurgijn, overleden: begin 1670 Veenendaal
X Petronella Volwens

IV. Sweelinck, Theodora Dirkje (geb. ca. 1663, overl. ca. 1744)
Opm.: woonde in 1705 aan de "suydsijde van de Merkt"
Geboren: ca. 1663 Veenendaal, Overleden: ca. 1744 Veenendaal
X  1e huwelijk Peter van Broeckhuysen, chirurgijn
X  2e huwelijk 1701:
Wouter van der Son

V. Son, Cornelis van der (geb. 01 oktober 1702)
Geboren: 01 oktober 1702 Veenendaal
Beroep: boer, bezit 1736 toebaxlant en weylant
X 18-3-1731 Lijdia Middelhoven (geb. 17-08-1702)

VI. Son, Neeltje van der (geb. 30 januari 1741, overl. voor 1811)
Geboren: 30 januari 1741 Veenendaal, Overleden: voor 1811
X 1766 Gerrit van Burke

VII. van Burken, Cornelis (geb. 9 januari 1774, overl. 4-10-1829)
Geboren: 9- januari 1774 Veenendaal
Overleden: 4-10-1829 Renswoude

VIII.  van Burken, Cornelis (geb. 17 september 1809, overl.  na 1863)
Geboren: 17 september 1809 Veenendaal
Beroep: dagloner
Overleden: na 1863

IX. van Burken, Hendrik (geb. 4-12-1838, overl. 29 oktober 1909)
Geboren: 4-12-1838 Renswoude
Beroep: boerenknecht
Overleden: 29 oktober 1909 Renswoude

X. van Burken, Cornelis (geb. 11 SEP 1867)
Geboren: 11 september 1867 Renswoude

XI. Van Burken, Jan (geb. 1923, overl. 1998)
Geboren: 1923 Ede
Beroep: Werkverdeler in een rubberfabriek
Overleden: 1998 Ede

XII. van Burken, Gert (geb. 1954)
Geboren: 1954 Ede
Beroep:  Leraar autotechniek VMBOII.


 
De verwantschap Van Burken - Van Hunnik
Voor een volledig overzicht moet u natuurlijk de stamboom, die elders op deze website is geplaatst, bezoeken.
De link met de familie Van Hunnik ontstaat bij Cornelis van Burken (geb. 1867). Deze had een kleindochter Cornelia van Burken (geb. 1939) die in 1963 huwde met Cornelis Hermanus van Hunnik (geb.1939). Zij horen bij de familietak A4. Ook in de familetak D bestaat een directe familielijn tussen Van Hunnik en Van Burken.

Andere verwantschappen
Via VI verschillende aanverwantschappen via de familienaam Turkesteen (o.a. Veenendaal en Bussum)


Bron:www.digischool.nl

 

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562 - 1621).
Hij begon op vijftienjarige leeftijd als organist van de Oude Kerk te Amsterdam en bleef hier vierenveertig jaar. Hij bespeelde het orgel voor en na de erediensten en bovendien nog een aantal uren per dag
 

SWEELINCK.jpg (5656 bytes)

Sinds de Reformatie, respectievelijk Alteratie in 1578,  was de organist geen kerkelijke functionaris meer, maar een burgerlijke. Het orgel had geen plaats in de christelijke eredienst van die dagen. De orgels waren dan ook niet eigendom van de Kerk, maar van de stad. Hoewel het niet direct tot zijn taak behoorde speelde Sweelinck af en toe op de banketten van de Burgemeesters en de Magistraten met belangrijke gasten. Hij stond bekend als een groot improvisator.

Jan Pieterszoon Sweelinck, een echte Noord-Nederlander, want hij werd in mei 1562 in Deventer geboren en overleed 59 jaar later, op 16 oktober 1621 in Amsterdam. In die tussenliggende tijd is hij het land vrijwel niet uitgeweest. De tijden waren er niet naar, hij had genoeg aan zichzelf en aan zijn orgel; hij ontving iedereen die van zijn kunst wilde genieten of leren, maar voelde geen behoefte buiten de grenzen met andere kunstbroeders in contact te treden. Sweelinck was Amsterdammer en als hij eens voor zaken weg moest, naar Antwerpen bijv. om voor de vroedschap van Amsterdam een klavecimbel bij Ruckers te kopen, bleef hij nooit langer dan een week weg.

Intussen blijft de vraag wie zich dan wel met Sweelincks muzikale opvoeding heeft beziggehouden. Het antwoord ligt voor de hand: zijn vader, Peter Swybertszoon, die van 1564 tot aan zijn dood in 1573 het orgel van de Oude Kerk in Amsterdam bespeelde. Over het leven van de vader weten we weinig. In de loop van zijn carrière moet hij echter in Deventer zijn terechtgekomen en daar zijn getrouwd met Elsgen Sweling, de dochter van de stadschirurgijn. Deventer was in die dagen belangrijker dan nu, maar toch niet belangrijk genoeg om de verlokking van Amsterdam te weerstaan en kort na de geboorte van onze Jan Pieterszoon is het gezin naar Amsterdam vertrokken. Jan Pietersz. moet al spoedig blijk hebben gegeven van een grote muzikaliteit en een even grote belangstelling voor het orgel. Zijn vader zal een goed pedagoog zijn geweest en het 'wonderkind' op de juiste manier hebben behandeld, want vier jaar na het overlijden van de vader volgt de dan vijftien jaar oude Jan Pietersz. zijn vader aan het orgel van de Oude Kerk op (1577). Vierenveertig jaar lang zal Jan Pietersz. deze orgelbank bezet houden om dan 'in het harnas gestorven' te worden opgevolgd door zijn zoon Dirck. Van 1564 tot 1652, bijna een eeuw lang, hebben dus drie generaties Sweelinck achter het orgel van de Oude Kerk gezeten. Na de dood van haar man heeft moeder Elsgen de muzikale opleiding van haar zoon voortgezet door hem een tijdje in de leer te doen bij de stadspijper van Haarlem, Jan Willemszoon Lossi. Ze kwam zelf uit een artistieke familie die een aantal bekende goudsmeden heeft opgeleverd en moet dus wel gevoel hebben gehad voor de kwaliteiten van haar zoon. Toen deze echter in de veilige haven van de Oude Kerk was opgenomen, heeft ze waarschijnlijk heimwee gekregen naar het rustige Deventer. In ieder geval is ze daar in augustus 1585 overleden.

Toch heeft ze het nog net kunnen meemaken dat haar zoon zijn eerste compositie het licht deed zien, een gedrukte bundel 'Chansons' (1584) en op de titelpagina zijn blijk van waardering voor haar gelezen.

Daar noemt de auteur zich naar zijn moeder: Sweling. Een burgerlijke stand was er in de zeventiende eeuw nog niet, namen stonden nauwelijks vast, je kon je noemen zoals je wilde en Sweelinck (de naam wordt op velerlei manier gespeld) heeft deze gelegenheid aangegrepen om zijn moeder deze attentie te bewijzen. Onder haar naam is hij de muziekgeschiedenis ingegaan. In 1590 trouwde Sweelinck met Claesgen Puyner, een koopmansdochter uit het welvarende Medemblik. Het echtpaar kreeg zes kinderen, waarvan er vijf hun inmiddels beroemd geworden vader overleefden. Een daarvan was de reeds eerder genoemde Dirck.

De kerk was nog katholiek toen Jan Pieterszoon achter het orgel plaats nam en hij was het waarschijnlijk ook. Dagelijks gaf hij voor en na de dienst orgelconcerten en 's morgens deed hij er nog een promenadeconcert bij. Die laatste term moeten we letterlijk nemen, want de kerken stonden in het maatschappelijk leven veel meer centraal dan nu en uit talloze prenten en schilderijen kennen we de sociale functie van het gebouw: de deuren stonden open en men wandelde er binnen om zich te verpozen, om een afspraak na te komen, om een praatje te maken. De organist begeleidde deze bedrijvigheid met een achtergrondmuziekje. Er is geen reden om aan te nemen dat dit anders werd toen het gebouw in protestantse handen kwam. In de protestantse eredienst had het orgel geen liturgische functie en hoewel er na de Reformatie heel wat katholieke ambtsdragers hun Post aan protestanten moesten afstaan, de organisten liet men doorgaans ongemoeid. Sweelinck speelde dus rustig verder; hij was zo vergroeid met z'n kerk en z'n orgel, z'n positie was zo onaantastbaar dat niemand eraan dacht hem lastig te vallen. Bij zijn dood op 21 oktober 1621 werd hij dan ook in zijn kerk bijgezet.

Wat is nu de reden van Sweelincks roem?
In de eerste plaats zijn orgelspel. Wat we zelf kunnen constateren is zijn plaats in de ontwikkeling van de instrumentale muziek. Hij verenigde de nieuwe vormen die uit Venetië waren overgekomen met de technieken van de Engelse virginalisten, die hij goed moet hebben gekend en gewaardeerd en die omgekeerd bewondering hadden voor hem. 

De organistenmaker
Deze bijnaam dankt hij aan een door hem ontwikkelde methode en aan zijn werken voor orgel en clavecimbel, die in feite in drie groepen uiteenvallen: gewijde en wereldlijke variaties, toccata's en fantasieën. Met zijn variaties op psalmmelodieën opende hij de weg voor de indrukwekkende ontwikkeling van het orgelkoraal. Met zijn fantasieën legde hij de basis voor de evolutie van de fuga. Met zijn toccata's paste hij op geniale wijze de Venetiaanse techniek van het dubbelkoor aan, aan de twee manualen van het orgel. In zijn vocale composities stelde Sweelinck zich wat traditioneler op en volgde de gangbare stijl van de renaissance. Met uitzondering van de 'Cantiones Sacrae' uit 1619, waar hij een continuo gebruikt. Meer dan de helft van deze vocale muziek bestaat uit melodieën bij psalmen, o.m. op metrische vertalingen van Marot en Beza.

De Duitsers hebben, als gezegd, het meest van hem geleerd en we hoeven alleen maar de naam Bach te noemen om aan te tonen waartoe zijn invloed heeft geleid. De Duitsers hadden trouwens de mankracht om voort te bouwen op wat hij had aangegeven. In eigen land had hij die niet.

 

NederlandsEnglish

Copyright (c) 2006 www.vanhunnik.net. All rights reserved.